CD – OZARK HENRY : The Soft Machine – Belgische Ellende in 2006

Ik begon deze Belgische blogweek met Ozark Henry en guess what: ik kocht de nieuwe cd ‘The soft machine’ dan toch vorige vrijdag. De limited edition dan nog. Het interview met Piet Goddaer in Humo van vorige dinsdag had me over de streep getrokken om het nieuwe album alsnog een kans te geven. Daarin stelde Piet Goddaer onder andere dat hij steeds het muzikale advies van de A&R-mensen van zijn platenfirma aan zijn laars lapt en dat hij lekker z’n eigen ding doet. Stommekloot als ik ben, trapte ik nog in die goedkope promopraatjes ook. Daarvoor moet je dan al méér dan 20 jaar platen en gespecialiseerde muziekbladen kopen.  Het zal in ieder geval de laatste keer geweest zijn dat meneer Goddaer me bij m’n Pietje had.

 

En nee, ik heb niks tegen Piet Goddaer; integendeel zelfs. ‘This last warm solitude’ kocht ik indertijd meteen toen die verschenen was en dat vond ik toen en vind ik nu nog steeds een warme, inventieve popplaat. Hoewel ik ‘Birthmarks’ nadien iets minder vond, was de commerciële doorbraak van Ozark Henry op basis van het handvol superieure popsongs dat die plaat rijk was volkomen terecht. Met het vervolg ‘The sailor not the sea’ van 2 jaar geleden begon ik het echter al wat moeilijker te krijgen. Hiermee maakte Ozark Henry een eigen variant op de muzikale succesformule van Coldplay en hoewel die plaat tenminste nog enkele fantastische songs opleverde, hoorde je toen toch al het begin van een creatieve impasse. Desondanks werd ‘The sailor not the sea’ een nog groter verkoopsucces dan z’n voorganger.

 

Het ziet ernaar uit dat de verkoopscurve van Ozark Henry met het nieuwe ‘The soft machine’ alleen maar verder zal groeien. ‘The soft machine’ moet en zal dé verkoopstopper van het najaar worden en dat zullen we geweten hebben. De promotiecampagne rond de nieuwe Ozark Henry-cd neemt immers al even ridicule agressieve proporties aan als de huidige verkiezingscampagnes voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Opvallend hierbij is dat nu al aangekondigd wordt dat ‘The soft machine’ het sluitstuk vormt van de muzikale koers die Ozark Henry sinds ‘Birthmarks’ vaarde. De volgende plaat zal iets geheel anders worden. Wel, ik geloof er geen kloten van. Het is alsof men hiermee wil zeggen: “Pas op, koop NU nog een nieuwe Ozark Henry-plaat die u ongetwijfeld zal bevallen want op de volgende wordt Piet Goddaer de Belgische Scott Walker, John Zorn of  Robert Wyatt.”  Of zou Pietje ineens met americana of blues of garagerock of death metal of drones of – god beware ons – Vlaemsche Schlagers uitpakken op z’n volgende album? Alweer: promopraatjes! Een volgende plaat zal gewoon nog méér van hetzelfde zijn, mind my words.

 

Of anders beseft Goddaer zélf als geen ander dat zijn muzikale succesformule met ‘The soft machine’ compleet, maar dan ook compleet uitgemolken is. Kan ook natuurlijk. Want dat ‘The soft machine’ een zwakke plaat is, is het understatement van het jaar. Een zwakke plaat herken je doorgaans gewoon al aan de tracklist: meestal wordt dat soort platen op gang getrokken door de single die aan het album voorafging. En jawel hoor, single ‘These days’ heeft de bedenkelijke eer ‘The soft machine’ te mogen openen en blijkt op het einde van de rit de beste song. Niet dat ik ‘These days’ een goed nummer vind hoor; verre van zelfs. ‘These days’ is gewoon een variatie op hetzelfde muzikale thema van ‘At sea’ uit de vorige cd ‘The sailor not the sea’. En dat was dan al een Ozark Henry-variant op ‘Clocks’ van Coldplay. Wat volgt is echter een hoop gebakken lucht waarrond een immense kathedraal van een sound opgetrokken wordt. Ik heb ‘The soft machine’ afgelopen weekend nu 12 keer beluisterd en daarvan is me volstrekt niets bijgebleven. Muzikaal klinkt het allemaal ongelooflijk indrukwekkend en het is daarom des te jammer dat zoveel muzikale kunde nergens tot muzikaal vuurwerk leidt. Idem voor de tweede cd die bij de limited edition zit. Die bevat 5 lang uitgerekte slaapverwekkende donkere instrumentale tracks. Zonde dat hieraan zoveel plastic verspild werd door dit gezeik op cd te branden.

 

Met ‘The soft machine’ heeft Ozark Henry dé ideale soundtrack gemaakt voor softpornoproducenten. En ook auditeurs, consultants, accountants, ingenieurs, advocaten, ministers, parlementariërs en ander omhooggevallen volk met een véél te hoge wedde zullen met ‘The soft machine’ tevreden zijn. Alle songs klinken immers zo gelikt dat ze zo in het kale hippe hi tech interieur van hun veel te grote designwoning passen. Niet dat dat soort voorgeprogrammeerd volk ooit de tijd heeft, laat staan de tijd néémt om naar zoiets banaals als een cd te luisteren. Nee, ‘The soft machine’ zal hét gedistingeerde geluidsbehang worden tijdens hun afgemeten cocktailparty’s komende herfst. De genodigden op de komende gourmetavonden @ Roen’s Ranch daarentegen zullen de hele American Recordings-reeks van Johnny Cash op hun bord krijgen. Wie zich hierbij aangesproken voelt: U bent gewaarschuwd. 3/10