Sigur Ros – Heima

Sigur Ros - Heima
 

Gisteren zag ik de prachtige dvd ‘Heima’ van de IJslandse trots Sigur Ros. Ik had hem nochtans vrijdagavond, vlak na de aanschaf, nog maar bekeken. Waarom bekijkt een mens nog geen 72 uren later alweer dezelfde dvd? Er waren uiteraard de schitterende, tot de verbeelding sprekende panoramische natuurbeelden van de ruwe landschappen, perfect harmoniërend met de ijs doorklievende, monumentale muziek van de groep. Maar er was méér waardoor ik een tweede keer op korte tijd naar deze dvd teruggreep. “Heima betekent thuis” luidde de schitterende openingszin van de film. Ik zou die machtige zin wel duizend keer na mekaar willen horen. “De muziekindustrie verlaat het land”, sprak één van de groepsleden. Had ik alweer iets gemist? “De muziekindustrie verlaat het land”. Sinds ik het vorige vrijdag hoorde, blijft het als een hardnekkige mist in mijn arme, vermoeide hoofd rondhangen. Duidelijker waren veel en graag gebruikte termen als “thuis”, “thuis komen”, “stilte”, “ruimte” en “rust”. Allemaal termen die ook mij nauw aan het hart liggen. Ik voelde een lichte jaloezie opborrelen. De “rust”, vervat in de hemelse, zinnenprikkelende beelden van het ruige, robuuste landschap spátte zowaar van mijn hypermoderne, veel te grote flatscreen. De stilte die nu en dan weerklonk, was oorverdovend. Ik voelde een intens verlangen naar de schitterend in beeld gebrachte onmetelijke “ruimte”. Ruimte, die ik hier zelfs op mijn Bosberg nauwelijks vind. Want altijd doemt er wel iets of iemand op die mijn ruimte, mijn rust en mijn stilte verstoort. Tot een mysterieuze ‘man in the long black coat’ toe.

Iedere verse dag vergaap ik me overigens aan de schitterende wolkenformaties die over de Bosberg proberen voorbij te glijden. Tenzij op wolkenloze dagen, uiteraard, want dat zou maar belachelijk zijn. Ik probeer ze in alle wanhoop vast te leggen met mijn volautomatische digitale beeldjesschieter, waarna ik het resultaat van mijn ijverige beeldengeschiet voed aan het 360 gigabyte tellende geheugen van mijn hypermoderne computer die ik me vorige zomer op een veel te warme zomerdag aanschafte. Waarom ik dat doe, weet ik niet. Of misschien weet ik het wel, en probeer ik de reden op knullige wijze ternauwernood te ontkennen. Zoek ik daar, in die wolkenformaties, misschien de “ruimte” die ik op de begane grond niet vind? Wat ik wel weet is dat wolken geen enkel probleem schijnen te hebben om zich iedere dag weer in totaal andere, schitterend psalmodiërende, stevige formaties te gieten. En ze doen dat bovendien meestal in een oorverdovende stilte. Iets wat niet gezegd kan worden van de heren en dames van de Belgische politiek. Misschien moest Yves Leterme zich eens op een wolk gaan nestelen en daar om goede raad vragen of enige inspiratie zoeken? Maar ik laat me alweer meezuigen in de huidige trend van stemmingmakerij waardoor ik alweer afwijk van het onderwerp waarover ik het had. Mijn supercomputer dus.

De computerverkoper van het concurrerende merk, die ik enigszins ten onrechte aansprak voor bijkomende informatie, zei het me nog op berustende toon: “Een beest van een computer, mijnheer, daar gaat u vast nog veel plezier aan beleven.” Zijn uitspraak leek oprecht. Of wilde hij me al niet meer overtuigen van het tegendeel door me een computer van het merk dat hij vertegenwoordigde aan te smeren omdat hij me te arrogant vond nadat ik uitgerekend hem, verkoper van een concurrerend en ongetwijfeld beter merk, had aangesproken? De brave man heeft in ieder geval tot nog toe overschot van gelijk gekregen: deze computer heeft me inderdaad al heel wat plezier bezorgd. Of maak ik mezelf alwéér wat wijs? Is het geen kunstmatige vorm van plezier? Kende ik vroeger, toen ik nog computerloos was, geen puurdere, eerlijkere vorm van plezier beleven? Of zoek ik middels het internet naar “ruimte” die ik in het echte leven niet vind?

wolken 01

In ieder geval beluisterde ik in tijden zonder computer met bijbehorende internetaansluiting vers aangekochte muziek aandachtiger dan nu. Ik voelde me daardoor veel vrijer en had veel meer ruimte dan nu. Toen besteedde ik ook geen aandacht aan wolkenformaties. Wolkenformaties vastleggen was immers iets voor echte fotografen die in hun opleiding geleerd hadden hoe ze wolkenformaties dienden vast te leggen. Het resultaat van hun naarstige ijver en urenlange arbeid zag je ’s avonds in luttele seconden voorbijflitsen als decorstukken achter statige, zelfverzekerde, stijlvolle weermannen waarvan de namen Armand Pien, Bob De Richter, Georges Küster, Michel De Meyer en Frank Deboosere luidden. Nu rest alleen nog Deboosere. Want om het weerbericht sexy te maken, dienden ernstig uitziende geleerden als Küster, De Meyer en De Richter plaats te maken voor de goddelijke verschijning Sabine Hagedoren, na al die jaren nog steeds de meest sexy weerbericht babe voorzien van twee hoge drukgebieden van heb ik jou daar. Niet dat ik de kwalitieten, ik bedoel, kwaliteiten van Sabine in twijfel trek; integendeel, ik trek wel aan wat anders als zij op mijn fantastische flatscreen floept. Zij beheerst haar vak als geen ander; daar ben ik inmiddels wel van overtuigd. Zij wéét waarover ze spreekt; dat hoor je aan haar vastberaden stem. Dat kan je tegenwoordig, in dit internettijdperk, waarin niets is zoals het lijkt, immers niet meer van iedereen zeggen.

Ik, gewapend met en gesterkt door mijn volautomatische digitale fototoestel, waan me fotograaf en leg nu ook, in al mijn pretentie, wolkenformaties vast. Ik, gewapend met een internetaansluiting en een hypermoderne computer, heb dan ook nog eens de arrogantie mijn zelf geschoten beelden en mijn zelf in mekaar gevlochten warrige hersenspinsels te delen met de rest van de wereld door ze op een blog te pleuren die me op een schoteltje aangeboden werd door skynet. Tegenwoordig moet je zelfs geen informaticus meer zijn om zo’n dingen te kunnen. Toch ben ik geen expert terzake. Dat werd me de laatste dagen nog maar eens pijnlijk duidelijk. De informatici van skynet hadden het, voor nitwits zoals ik, nochtans duidelijk gemaakt. Voor iedereen die de dringende noodzaak voelt opborrelen om zijn niets ter zake doende meningen met de rest van de wereld te delen via een blog bedachten ze verschillende hokjes. Ik, overtuigd als ik was, plaatste mezelf in het muziekhokje van de skynetblogs. Ten onrechte, zo bleek met het wegglijden van de tijd en talloze wolkenformaties. Ik voelde me hoe langer hoe minder thuis in de muziekoase van het muziekparadijs waar men de godganse dag mega hit music en rap draait. Ik modderde maar wat aan te midden deze echte muziekdeskundigen, waar ik rust noch ruimte vond.

wolken 02

Toch heb ook ik nood aan minstens een thuis, en dus ging ik gisteren op zoek naar mijn échte thuis in de skynetblogs categorieën. Allemaal klikte ik ze aan, en op de ene plaats bleef ik al wat langer plakken dan op de andere. Van een paar dingen was ik meteen zeker: in de categorie ‘Humor’ hoor ik niet thuis, want ik ben een humorloos mens. En veel seks, met of zonder blote dames, valt er ook al niet te rapen op mijn blog, laat staan in mijn echte leven. “Waar hoor ik dan wel thuis?” vroeg ik me op den duur wanhopig af. Over ‘Auto/moter’ heb ik ook al geen zinnig woord te zeggen, noch over de actualiteit, dating, dieet, mode/beauty, manga, strips, voetbal; laat staan over politiek, filosofie, sport, videospelen, kunst of literatuur / poëzie. Een sociaal leven heb ik nog nauwelijks en over zaken en financiën heb ik me in het verleden al druk genoeg gemaakt. Daar wíl ik het zelfs niet meer over hebben. Nooit meer. De bekrompen zakenwereld is daarvoor een te grote desillusie geweest waar ik rust noch ruimte vond. In de wereld van Paul D’Hoore werd ik, als was ik een voetbal, destijds hard en ongenadig op magistrale Luc Nilisiaanse wijze buiten gesjot.

Waar hoorde ik dan wél thuis? Ik was de wanhoop nabij. Gelukkig bedachten de slimmerds van skynet voor mensen zoals ik die hoogdravend over van alles en nog wat een aardig stukje in het ijle kunnen lallen de categorie ‘Andere’. “Dit is mijn thuis!”, riep ik misplaatst dolenthousiast. Al mijn hele leven voel ik me immers een ‘andere’. Geen uitgestotene, geen outlaw (want dat laatste klinkt veel te heldhaftig en ik ben allesbehalve een held), maar iemand die een grote mond opzet om de schijn hoog te houden. De pseudo-intellectueel aan de toog, zo u wil. Maar gezien ik zo goed als geen sociaal leven meer heb, vindt u me zelfs niet eens aan de toog. Nee, ik voel me al m’n hele leven lang ’The loner’ uit de gelijknamige Neil Young song (te beluisteren vandaag in de linkerkolom bij Song of the day). Ik heb eindelijk mijn échte “Heima”, mijn echte “thuis” gevonden in de skynetblogs! Net op tijd overigens, want “de muziekindustrie verlaat het land“ beweert men in de prachtfilm ‘Heima’ van Sigur Ros.

 

He’s a perfect stranger,
Like a cross
of himself and a fox.
He’s a feeling arranger
And a changer
of the ways he talks.
He’s the unforeseen danger
The keeper of
the key to the locks.
Know when you see him,
Nothing can free him.
Step aside, open wide,
It’s the loner.

If you see him in the subway,
He’ll be down
at the end of the car.
Watching you move
Until he knows
he knows who you are.
When you get off
at your station alone,

He’ll know that you are.
Know when you see him,
Nothing can free him.
Step aside, open wide,
It’s the loner.

There was a woman he knew
About a year or so ago.
She had something
that he needed
And he pleaded
with her not to go.
On the day that she left,
He died,
but it did not show.
Know when you see him,
Nothing can free him.
Step aside, open wide,
It’s the loner.

11 gedachten over “Sigur Ros – Heima

  1. Ik hoop dat je gelukkig bent in je nieuwe ‘heimat’. Ik zou me daar wel thuis voelen, denk ik. Maar ik heb destijds heel impulsief al een keuze gemaakt. Misschien kom ik er nog wel eens op terug.

    Ben jij dan ook een ‘feeling arranger’?

    Like

  2. Eigelijk wel, Martin

    Zowat alles (mijn gedachten, mijn ideëen, mijn idealen, mijn ambities, enz.) heb ik in vraag gesteld sinds ik thuis ben. Mijn leven mag dan “rijker” geworden zijn de laatste 5 jaar, toch voel ik me vanwege mijn angsten érg belemmerd in mijn vrijheid. Het is zelfs zo erg geweest dat mijn buren een tijdje onder mekaar roddelden dat ik ‘een enkelband’ droeg. Precies omdat ik in de periode 2005-2006 nog nauwelijks buiten durfde. Dat vond ik heel erg, en ik sloot me vanaf dan nog meer op waardoor ik nog meer ging vervreemden van familie, buren, vrienden en kennissen. Nu gaat het al wat beter, maar die drang om méér ruimte en minder mensen in mijn buurt blijft.

    Daarnet, toen ik een antwoord op je vraag aan het formuleren was, twijfelde ik alweer over wat ik eerder schreef vandaag: “Ik voel me al m’n hele leven lang ‘The Loner'”. M’n hele leven vond ik plots wat overdreven gesteld, daar ik ooit wél graag en vele sociale contacten en vrienden had. Maar eigelijk waren zij maar een dekmantel om mijn ware ik te verbergen; mijn ware ik die blootgelegd werd na mijn ongeval: ‘The loner’. Komt nog bij dat de woorden van mijn lerares uit het 5de leerjaar vandaag nog altijd nazinderen, toen ze me ooit tijdens een rapport uitreiking zei: “Roen, jij bent een ongelooflijke plantrekker”. Ik was geschokt, wist niet wat ze daarmee bedoelde. Ik dacht dat ze boos was op mij. Wat wil je ook; ik was ocharme een jaar of 10, 11. Nu besef ik echter dat zij toen al de nagel op de kop sloeg. Zij had me door.

    ‘The loner’ in die song, dat ben ik ten voeten uit.

    Like

  3. Ik begrijp je identificatie met dit nummer, of met het personage waar NY over zingt – ik heb me daar ook altijd verwant mee gevoeld. Maar in werkelijkheid gaat het over Stephen Stills, heb ik eens gelezen. In ieder geval is het een prachtige song.

    Ik heb gisteravond ontdekt dat ik een cd van Mark Lanegan kwijt ben, I’ll take good care of you, met al die mooie covers. Gelukkig heb ik er een aantal nummers van op mijn harde schijf staan, maar dat is niet hetzelfde. Misschien zit de cd verkeerd geklasseerd, maar ik heb al grondig gezocht, zonder resultaat. (Ik geloof toch dat de titel I’ll take good care of you is, te lui om dat nu op te zoeken.)

    Like

  4. Het verbaast me zeer dat die song niet over NY zelf gaat. Hij klonk in die periode nogal individualistisch in zowat al zijn songs. Goed dat je me erop gewezen hebt.

    De titel van de Mark Lanegan cd is ‘I’ll take care of you’, en ik hoop dat je jouw exemplaar spoedig terugvindt. Voor mij is het alleszins een noodzakelijke plaat, die ik dan ook dubbel heb. Laat me gerust weten indien je jouw exemplaar niet zou terugvinden. In dat geval schenk ik je graag mijn dubbele exemplaar. Een leven zonder die plaat moet immers niet vol te houden zijn. Ik zou het mezelf niet toewensen.

    Roen

    Like

  5. Hey Roen,
    Ge kunt zo verliefd worden op een welbepaald boek hé, wel ik had dat ook met de eerste SigurRoss die ik kocht (hij is wit en titelloos). Toen werd ik, vervolgens, (alweer) verliefd op een echte Moteker (zie http://www.motek.be) maar ’t een is ’t andere toch nie zenne. Al is alles met elkaar verstrengeld. Motek is van belgische bodem. En vaak even ontroerend.

    Ik ben de zuster van Gilberte. Ge kunt ons vinden op ‘Ademtocht’. Martin weet dat intussen ook. En Evi al héél héél erg lang.

    alla tot dra.

    Like

  6. Ha, de wentelteefjes hebben hun weg naar hier gevonden.
    Ik moet jullie eens een link geven!
    Roen, wat hier staat over plantrekkerij en loner en zo heeft me aan iets doen denken. maar ik heb geen verteldag vandaag (en gisteren ook niet)

    Like

  7. Maar’t gaat nie over de Wentelteefjes, ’t gaat over Motek!!! (tututu en ze zwaaide met haar vingertje)
    😉
    (alé Roen, we want your cellphonenumber 🙂

    Like

  8. Beste Henriette,

    Ik zal je moeten teleurstellen: ik heb sinds april 2001 geen GSM meer. Mijn GSM werd zonder dat ik het merkte uit de binnenzak van mijn jas gestolen terwijl ik en vele anderen in de metro als sardientjes in een doosje tegen mekaar geplakt stonden. Ik zag de dader nog net uit het metrostel glippen terwijl de deuren zich sloten. Sindsdien heb ik niet meer de behoeft gevoeld om nog een cell phone te hebben. Ik voel me er veel vrijer door. Een leven zonder GSM geeft ruimte, rust en stilte. SMS’en, ik zou begot niet weten hoe het werkt. Bij deze dank ik de dief van harte.

    Groeten,
    Roen

    Like

  9. Sommigen vinden mijn liefde voor de muziek van Sigur Ros ook moeilijk te rijmen met mijn liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek, de “americana” zeg maar. Maar eigelijk is de verklaring heel simpel: Sigur Ros wordt verkeerdelijk in het postrock vakje geplaatst mijn inziens. En de DVD ‘Heima’ bewijst dat nu: wat ze écht doen, is hún rootsmuziek maken, waarbij de woeste IJslandse natuurlijk hun onuitputtelijke inspiratiegeiser is. IJslandse rootsmuziek dus, “icelandicana”. Wat mij betreft al even “puur” als de Amerikaanse variant, en vanuit dat opzicht prima te vergelijken met Johnny Cash. Al vinden diezelfde sommigen dat nogal een rare hersenkronkel. Ach ja.
    Roen.

    Like

Reacties zijn gesloten.